Veelgestelde vragen Slachterijen/Vleesindustrie
Ik heb een slagerij: moet ik huisslachtingen opgeven?
Ik heb een slagerij: wat doet het Productschap voor de ‘kleine’ slachters?
Als sprake is van import en wat moet ik doen om de voor deze dieren betaalde heffing terug te krijgen?
Ik heb een bedrijf in de 'vleesindustrie' en ik heb een opgaveformulier ontvangen om de eigen loonsom op te geven. Wat is dat?
Ik heb een bedrijf in de 'vleeswarenindustrie' en ik heb een opgaveformulier ontvangen om de eigen omzet op te geven. Wat is dat?
Wat houdt de ‘Schilthuiskorting’ in?
Vleesindustrie: Wie betaalt heffing?
Vleeswarenindustrie: Wie betaalt heffing?
Ik heb een slagerij: moet ik huisslachtingen opgeven?
Ja. U bent verplicht om alle geslachte dieren aan het PVV op te geven.
Als u van het PVV geen opgaveformulieren ontvangt óf als u geïnteresseerd bent om uw opgaven via internet te doen, kunt u contact met het PVV opnemen via e-mail: heffingen@pve.nl of telefonisch: (079) 368 7176.
Ik heb een slagerij: wat doet het Productschap voor de ‘kleine’ slachters?
Op het gebied van kosten voor keuringen, BSE en destructie vergelijkt het PVV de situatie in Nederland met concurrerende landen en brengt verschillen in beeld.
Het PVV zet zich er in Den Haag en Brussel voor in dat het BSE/destructiebeleid in Nederland internationaal niet uit de pas loopt, voor eerlijke concurrentieverhoudingen. Ook aan onderwerpen als etikettering, het hygiënepakket, Reinigen & Ontsmetten en aan Identificatie & Registratie wordt aandacht besteed.
Als sprake is van import en wat moet ik doen om de voor deze dieren betaalde heffing terug te krijgen?
Voor heffingen is sprake van import als runderen of kalveren binnen drie maanden na invoer in Nederland zijn geslacht, respectievelijk als schapen, geiten, varkens of biggen binnen twee maanden na invoer in Nederland zijn geslacht.
In deze gevallen kan de slachterij een deel van de opgelegde heffing terugkrijgen. Restitutie is mogelijk nadat de slachterij afdoende heeft bewezen dat de geslachte dieren geïmporteerd zijn volgens de bovenstaande definitie.
Dit kan aangetoond worden met invoercertificaten en vervoersdocumenten. Meent u recht te hebben op restitutie op de PVV slachtheffing, neem contact op met het cluster Heffingen en Retributies: tel. (079) 368 7171/-7176. U krijgt dan een opgaveformulier en informatie over documenten die u moet overleggen om voor restitutie in aanmerking te komen.
Ik heb een bedrijf in de 'vleesindustrie' en ik heb een opgaveformulier ontvangen om de eigen loonsom op te geven. Wat is dat?
Alle bedrijven in de vleesindustrie betalen heffing aan het PVV. Deze heffing is gebaseerd op de loonsom. Met het opgaveformulier vraagt het PVV om opgave van de loonsom, zodat het bedrag aan heffing kan worden vastgesteld. Als dit formulier niet ingevuld wordt teruggestuurd naar het PVV, stuurt het PVV een ‘ambtshalve aanslag’. Deze heffingsaanslag is dan gebaseerd op een eigen (PVV) inschatting van de loonsom.
Met de heffingen die door alle vleesbedrijven worden opgebracht, betaalt het PVV activiteiten die in het algemeen belang zijn van de vleesindustrie. Over de hoogte van de heffing en hoe de heffing het beste kan worden besteed, wordt gesproken in de Commissie Vleesindustrie. In deze Commissie zijn de verschillende betrokken brancheorganisaties en vakbonden vertegenwoordigd.
Ik heb een bedrijf in de 'vleeswarenindustrie' en ik heb een opgaveformulier ontvangen om de eigen omzet op te geven. Wat is dat?
Alle bedrijven in de vleeswarenindustrie betalen heffing aan het PVV. Deze heffing is gebaseerd op de omzet. Met het opgaveformulier vraagt het PVV om opgave van de omzet, zodat het bedrag aan heffing kan worden vastgesteld. Als dit formulier niet ingevuld wordt teruggestuurd naar het PVV, stuurt het PVV een ‘ambtshalve aanslag’. Deze heffingsaanslag is dan gebaseerd op een eigen (PVV) inschatting van de omzet.
Met de heffingen die door alle vleeswaren bedrijven worden opgebracht, betaalt het PVV activiteiten die in het algemeen belang zijn van de vleeswarenindustrie. Over de hoogte van de heffing en hoe de heffing het beste kan worden besteed, wordt gesproken in de Commissie Vleeswarenindustrie. In deze Commissie zijn de verschillende betrokken brancheorganisaties en vakbonden vertegenwoordigd.
Wat houdt de ‘Schilthuiskorting’ in?
Een bedrijfsgenoot in de Vleesindustrie of in de Vleeswarenindustrie kan voor bepaalde heffingen, op eigen verzoek, een korting krijgen: de zogeheten Schilthuiskorting.
De ondernemer moet dan kunnen aantonen dat hij lid is van een aangewezen ondernemers/brancheorganisatie. Ook moet hij aantonen dat hij contributie aan die organisatie heeft betaald. De Schilthuiskorting geldt voor de Vleesindustrie, de Vleeswarenindustrie en de Veehandel.
Dit betekent dat bedrijven die lid zijn van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) of de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie ( KNS) een korting kunnen krijgen. Dit geldt ook voor bedrijven die lid zijn van de Vereniging van Nederlandse Baconfabrikanten (VNB) of van de Vereniging Nederlandse Vleeswarenindustrie (VNV).
De korting is hooguit de helft van de heffing, maar niet meer dan de helft van de betaalde contributie.
ToelichtingArtikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie biedt de mogelijkheid aan besturen van bedrijfslichamen om bedrijven die lid zijn van bepaalde ondernemersorganisaties, een aftrek op de heffing toe te staan. Deze mogelijkheid staat in de wet om te voorkomen dat heffingen van bedrijfslichamen het lidmaatschap van ondernemersorganisaties ontmoedigen.
Vleesindustrie: Wie betaalt heffing?
Bedrijven die in Nederland werkzaam zijn in de vleesindustrie, betalen de heffing Vleesindustrie aan het PVV.
Het gaat hierbij om roodvleesbedrijven die slachten, uitsnijden of voorverpakken en een industrieel karakter hebben.
Simpel gesteld heeft een bedrijf een industrieel karakter als het meer dan vier fte (inleenkrachten inbegrepen) heeft. Bij de vaststelling van het aantal fte worden medewerkers die worden ingezet bij de detailhandelsverkoop, niet meegerekend. Personeel in de overhead, zoals directie en administratie, worden meegerekend naar rato van het gemiddelde aantal werknemers in fte dat direct bij de vleesproductie betrokken was.
Vleeswarenindustrie: Wie betaalt heffing?
Bedrijven die in Nederland werkzaam zijn in de vleeswarenindustrie, betalen de heffing Vleeswarenindustrie aan het (PVV.
Het gaat hierbij om bedrijven met een industrieel karakter die vleeswaren, vleesconserven of bacon vervaardigen.
Simpel gesteld heeft een bedrijf een industrieel karakter als het meer dan vier fte (inleenkrachten inbegrepen) heeft. Bij de vaststelling van het aantal fte worden medewerkers die worden ingezet bij de detailhandelsverkoop niet meegerekend. Personeel in de overhead, zoals directie en administratie, worden meegerekend naar rato van het gemiddelde aantal werknemers in fte dat direct bij de vleeswarenproductie betrokken was.




