Vragen + Antwoorden Fokkerijregelgeving
1. Wat moet in de statuten of het huishoudelijk reglement (dat in overeenstemming met de statuten is goedgekeurd) worden opgenomen met betrekking tot het antidiscriminatiebeding?
2. Waarom moet in het fokreglement zijn opgenomen dat fokkers meewerken aan de registratie van erfelijke gebreken?
3. Wat zijn gewaarmerkte statuten?
4. Wanneer moeten de gewaarmerkte statuten (of een kopie daarvan) worden aangeleverd?
5. Waarom moeten bepaalde documenten zijn vastgesteld door de algemene ledenvergadering (ALV)?
6. Wat moet een fokkerijorganisatie doen wanneer de statuten of andere documenten (die goedgekeurd moeten worden door de ALV ) gewijzigd moeten worden?
7. Hoeveel generaties moeten bekend zijn om dieren in te schrijven in het hoofdstamboek?
8. Hoe kunnen fokkerijorganisaties die nu voor het eerst moeten beschrijven hoe ze een inteelttoename van meer dan 1% per generatie willen voorkomen, dit het beste doen?
9. Op welke onderdelen moet het dochterstamboek het moeder stamboek volgen, volgens de Verordening erkenningscriteria voor stamboeken, prestatieonderzoek en fokwaardeschatting (PVV) 2010:
10. Wanneer is sprake van prestatieonderzoek?
11. Wanneer is er sprake van fokwaardeschatting?
1. Wat moet in de statuten of het huishoudelijk reglement (dat in overeenstemming met de statuten is goedgekeurd) worden opgenomen met betrekking tot het antidiscriminatiebeding?
In de statuten moet zijn opgenomen dat er tussen fokkers niet mag worden gediscrimineerd. Met fokkers wordt hier bedoeld: leden, aangeslotenen of personen die zich willen aansluiten bij de betreffende fokkerijorganisatie.In de Europese regelgeving en de Verordening erkenningscriteria voor stamboeken, prestatieonderzoek en fokwaardeschatting (PVV) 2010 is deze eis expliciet opgenomen. Met zo’n bepaling toont de fokkerijorganisatie aan dat zij iedereen die is aangesloten of zich wil aansluiten bij de fokkerijorganisatie volgens dezelfde normen, criteria en technische voorwaarden, zal behandelen. Deze normen, criteria en technische voorwaarden moeten in de statuten of het huishoudelijk reglement zijn omschreven. Het antidiscriminatiebeding geldt dus zowel ten aanzien van de mogelijkheden om lid of aangeslotene te worden als ten aanzien van de omgang met leden of aangeslotenen.
Als u in uw statuten of het overeenkomstig de statuten goedgekeurde huishoudelijk reglement de zinsnede: ‘tussen (aspirant-)leden of (aspirant-) aangeslotenen mag niet worden gediscrimineerd’ opneemt, voldoet u aan het antidiscriminatiebeding. In dit kader is het aan te bevelen een duidelijke klachtenprocedure op te stellen, zodat mensen ook ergens terecht kunnen met klachten, zoals een klacht over discriminatie.
2. Waarom moet in het fokreglement zijn opgenomen dat fokkers meewerken aan de registratie van erfelijke gebreken?
Een fokkerijorganisatie moet aantonen dat ze beleid heeft opgesteld op het gebied van erfelijke gebreken. Erfelijke gebreken kunnen duiden op inteelt binnen de populatie. De fokkerijorganisatie wil erfelijke gebreken vermijden (of in ieder geval toename van erfelijke gebreken in de populatie tegengaan). Daarom is het van belang dat erfelijke gebreken worden gesignaleerd en vastgelegd. Omdat fokkers een cruciale rol spelen in het signaleren van erfelijke gebreken is het van belang dat fokkers ook meewerken aan de signalering en registratie van erfelijke gebreken. Door dit in het fokreglement vast te leggen, is het voor de fokkers duidelijk dat ze verplicht zijn om zich hier aan te houden.3. Wat zijn gewaarmerkte statuten?
Gewaarmerkte statuten zijn originele statuten die door de notaris zijn voorzien van een stempel. Voor de aanvraag van een erkenning hoeft een fokkerijorganisatie niet de originele gewaarmerkte statuten op te sturen. Het is voldoende als de fokkerijorganisatie een kopie maakt.4. Wanneer moeten de gewaarmerkte statuten (of een kopie daarvan) worden aangeleverd?
Bij het indienen van de aanvraag moeten er statuten worden aangeleverd. Deze statuten hoeven bij het indienen van de aanvraag nog niet gewaarmerkt te zijn door de notaris. Als gevolg van de beoordeling door het productschap en de Commissie van Advies, kan het namelijk noodzakelijk zijn om de statuten aan te passen. Hierover ontvangt u bericht van het productschap.Van de definitieve statuten (die gewaarmerkt zijn door de notaris) , moet echter wel een kopie worden aangeleverd voordat de voorzitter een beslissing kan nemen. Let dus goed op dat u deze stukken bijtijds aanlevert.
5. Waarom moeten bepaalde documenten zijn vastgesteld door de algemene ledenvergadering (ALV)?
Bepaalde documenten moeten door de ALV zijn vastgesteld (zoals onder andere de stamboekindeling en de rasstandaard) zodat het voor alle fokkers, leden en aangeslotenen duidelijk is welke eisen/voorwaarden gesteld worden door de fokkerijorganisatie. Wanneer voorschriften zijn vastgesteld in de ALV is het duidelijk dat er over is gecommuniceerd naar de leden en dat leden de mogelijkheid hebben gehad om inspraak te hebben op de voorschriften.6. Wat moet een fokkerijorganisatie doen wanneer de statuten of andere documenten (die goedgekeurd moeten worden door de ALV ) gewijzigd moeten worden?
Een organisatie die erkend wil worden zal zich moeten inspannen om alle documenten voor te leggen aan de leden. Als een ALV niet voldoende is om de stukken goed te keuren, zal er een extra ledenvergadering of een schriftelijke raadpleging aan de leden (voor zover mogelijk volgens de in de statuten beschreven werkwijze) moeten worden georganiseerd.Elke fokkerijorganisatie heeft in de statuten omschreven op welke manieren wijzigingen doorgevoerd kunnen worden.
7. Hoeveel generaties moeten bekend zijn om dieren in te schrijven in het hoofdstamboek?
Varkens, runderen, schapen, geiten, paardachtigen: 2 generaties.Als er sprake is van een door de fokkerijorganisatie goedgekeurd kruisingsprogramma, mogen nakomelingen van ouderdieren afkomstig uit een ander stamboek worden ingeschreven in het hoofdstamboek.
8. Hoe kunnen fokkerijorganisaties die nu voor het eerst moeten beschrijven hoe ze een inteelttoename van meer dan 1% per generatie willen voorkomen, dit het beste doen?
Het streven van het productschap is dat alle erkende fokkerijorganisaties het percentage inteelttoename per generatie berekenen. Uit de ingediende aanvragen blijkt dat dit voor een paar diersectoren niet zo eenvoudig is. Besloten is dat berekeningen bij de erkenningsaanvraag niet verplicht gesteld worden, maar wel een uitvoerige beschrijving van het tot nu toe gevoerde fok- en selectiebeleid om een gezonde populatie te behouden. Van organisaties die wel zover zijn dat ze het percentage inteelttoename per generatie kunnen berekenen, wordt wel verwacht dat ze de cijfers hiervan aanleveren.
De organisaties die op dit moment alleen een fok- en selectiebeleid aanleveren moeten, als een nieuwe erkenning per 1 januari 2012 wordt afgegeven, bij de jaarlijkse toezichtrapportage aangeven welke vorderingen (plan van aanpak) zijn gemaakt in dit opzicht. Hieraan worden bindende adviezen van de Voorzitter PVV verbonden.
De fokkerijorganisatie kan voor de berekening van de populatie gebruik maken van bijvoorbeeld het computerprogramma Gencont of Zooeasy:
http://www.zooeasy.com/. Kijk hier naar de proefversie.
Maar de meest eenvoudige en goedkope manier om de inteelttoename te berekenen, is via het programma PopRep. PopRep is een gratis programma dat op basis van een Ascii-bestand (dier, geboortedatum, geslacht, vader, moeder) Diernummer|Vader|Moeder|gebdatum|Geslacht M/F (xxxxx-xxxxx| xxxxx-xxxxx| xxxxx-xxxxx|jjjj-mm-dd|X) berekeningen uitvoert en een rapportage oplevert waarin onder andere de inteelttoename per generatie is terug te vinden. Via de website: http://popreport.tzv.fal.de zijn de gegevens in te voeren. U kunt hier ook een handleiding (in het Engels) vinden.
Bekijk ook de toelichting berekening percentage inteelttoename.
9. Op welke onderdelen moet het dochterstamboek het moeder stamboek volgen, volgens de Verordening erkenningscriteria voor stamboeken, prestatieonderzoek en fokwaardeschatting (PVV) 2010:
Het dochterstamboek moet aan de regels van het moederstamboek voldoen voor wat betreft de volgende onderdelen:a. De omschrijving van het ras.
b. De wijze van opvragen van gegevens van de voorouders bij andere stamboeken.
c. De indeling van het stamboek en de registers.
d. De registratie van de afstamming.
10. Wanneer is sprake van prestatieonderzoek?
Er is sprake van prestatieonderzoek als de fokkerijorganisatie gegevens verzamelt om de prestaties of eigenschappen van een dier te meten. De resultaten van het prestatieonderzoek kunnen vervolgens gebruikt worden bij de berekening van fokwaarden.11. Wanneer is er sprake van fokwaardeschatting?
De fokwaarde van een dier is een inschatting van de genetische aanleg van een dier en vormt een goede basis voor de selectie. Bij het schatten van deze fokwaarde wordt gebruik gemaakt van metingen aan het dier zelf, metingen aan ouders, nakomelingen of broers en zusters. Hoe meer nakomelingen, broers of zusters het dier heeft, des te groter is de betrouwbaarheid van de fokwaarde. Voor de schatting van de fokwaarde bestaan wiskundige formules. De milieufactoren worden in deze formules uitgefilterd, zodat het genotype van het dier (de fokwaarde) overblijft.Paarden
Zoeken op de site?
Kijk eens in de A-Z lijst!SECTORRAAD PAARDEN
Voor website: KLIK HIER!





